Kille kille kiele

Tabs

Aan de slag

Kille Kille Kiele werd in 2006 door Thomas De Baets (°1982) geschreven in opdracht van Koor&Stem als koorbijlage bij het tijdschrift Stemband. Het swingende kinderlied is ruim 10 jaar later nog steeds een aanrader voor kinderkoren, samenzangklassen en voor basisscholen.

Verbeelding

Start je repetitie of les met het voorzingen van de eerste strofe en het refrein. Sta nadien even stil bij de tekstinhoud: Wat is de situatie? Wie komt daar aan gestapt met een strootje in de hand? Houden we zelf van kriebelen? De tekst spreekt tot de verbeelding. De kinderen hebben vast en zeker verhalen te over… 

Het refrein blijft kriebelen  

Het refrein is zeer eenvoudig aan te leren.  Let bij het voorzingen van het refrein op het verschil tussen doffe ‘i’ en heldere ’ie’, zodat het rijmschema op ‘hielen’ en ‘billen’ bewaard blijft. Haaa Tsjie op het einde van het refrein (m. 19 – 20) mag eerder theatraal gebracht worden.  De crescendo en glissando volgen dan vanzelf. Het voorgeschreven grapje om de zangers na deze niesbui hun ‘snottebellen’ te laten afvegen, kan bij de kinderen op veel bijval rekenen.  Door de  ondeugende swingende melodie en de grappige noot blijft dit refrein na de repetitie nog lang nakriebelen.

Less is more

Probeer te vermijden dat de kinderen bij elk  rustpunt willen ademhalen. Zo hakken ze de zin immers in te korte stukjes. Laat de kinderen bijvoorbeeld een denkbeeldige regenboog in de lucht tekenen tot aan het einde van de zin. Zolang de regenboog wordt getekend, wordt er niet geademd. Je kan de kinderen ook eens uitdagen: Wie kan twee zinnen zingen zonder tussenin te ademen? Of kan je zelfs volhouden tot na het zinnetje Maar wie komt daar aangestapt? Kinderen ontdekken spelenderwijs dat ze helemaal niet vaak hoeven te ademen.

Door de snelle opeenvolging van de tekst in de strofes (en het eventueel teveel aan ademhalingen) kunnen de zangers de neiging hebben om het einde van de zin in te slikken. Probeer aandacht te besteden aan het mooi afronden van de slotlettergrepen.

Leuke manieren om tekst uit het hoofd te leren

Om vaart in je repetitie te houden, leer je beter niet alle strofes in dezelfde repetitie aan. Na het aanleren van het refrein en de eerste strofe (bij voorkeur uit het hoofd aanleren), kan je de tweede  strofe zelf zingen en de zangers weer bij het refrein laten invallen. Een volgende repetitie kan je verder met de teksten van de tweede en derde strofe. Hierbij kan je verschillende werkvormen gebruiken om de repetitie afwisselend te houden: de dirigent zingt een deeltje van de zin (wijst naar zichzelf) en als hij/zij stopt (wijst naar de kinderen), vullen de kinderen het ontbrekend puzzelstukje aan. Je kan het nog spannender maken: kinderen die te lang blijven doorzingen, gaan zitten. Kies telkens andere momenten in de zin waar je wisselt. Een tweede werkvorm slaat ook meestal goed aan: De kinderen wandelen rustig door het lokaal terwijl ze een bepaalde strofe zingen. Als de piano stopt (of als de dirigent op een trom of triangel slaat), moeten ze in freeze blijven staan. Wie te laat is, gaat weer zitten. Omdat je dezelfde strofe steeds herhaalt in deze spelvorm, kennen de zangers de tekst op het einde van dat spelletje helemaal uit het hoofd. Pret verzekerd! 

Deel deze pagina

Reageer op deze partituur

Login of registreer om te kunnen reageren

Reacties

afbeelding van Benedicte Van Outryve
eens uitproberen als tussendoortje, lijkt me dit geschikt
afbeelding van Karine Segebarth
Ik krijg hem niet gedownload. Ligt dat aan mij?
afbeelding van Jan Stofferis
De partituur is nu wel beschikbaar! Veel plezier ermee!