Wat als...

Tabs

Aan de slag

‘Wat als zelfstandigen ambtenaren waren?’ ‘Wat als je alles letterlijk nam?’ Wie de titel van dit werk ziet, denkt misschien spontaan aan een humoristisch tv-programma op 2BE. Wie echter de grotere context van het werkje kent of gewoon even de korte tekst doorneemt verliest tijdelijk elke zin voor humor. We lezen de gedachten van soldaten aan het front, soldaten die waarschijnlijk vol moed en zelfvertrouwen vertrokken waren - op de tonen van Mademoiselle from Armentières - maar bij wie de moed snel kantelde in de richting van twijfel. Twijfel en angst, reëler dan de angst van de Galliërs – dat de wereld op hun hoofd zou vallen – in het dorpje dat we onderhand wel al goed kennen.

Melodie en harmonie

Vooraleer met de muziek aan de slag te gaan kan je het koor door (inzing-)oefeningen wegwijs maken in het klankpatroon dat de componist schept. Een bepaalde stemgroep een lange noot laten aanhouden terwijl je een andere groep bepaalde melodische fragmenten laat nazingen, kan het gehoor van de zangers al min of meer in de juiste plooi leggen. Het melodisch motiefje uit maat 3 (S) met de vergrote secunde kan hier zeker interessant zijn. Ook de stijgende motiefjes vanaf maat 21, met steeds wisselende volgorde in hele en halve tonen worden beter op voorhand al ingeoefend. Voor de rest betekent het melodisch materiaal van deze compositie geen struikelblok . Basiskoren die hier voor het eerst kennismaken met het klankidioom van de componist zullen met de melodie op zich weinig problemen hebben. De samenklanken kunnen wat moeilijker zijn, daarom is het ook aangewezen om daar de nodige tijd voor uit te trekken. Fragmenten zingen op een klinker – met hier en daar wat meerstemmige ondersteuning op de piano – kan zeer nuttig zijn. Eens de moeilijkste plaatsen zijn doorgenomen kan het werk zeer snel aangeleerd worden. Zoem even in op het akkoord in maat 17. Wie, zonder veel theorie te verkopen, de oren van de zangers laat wennen aan de samenklank re – fa kruis – si mol (bijvoorbeeld door hen enkele motiefjes te laten zingen op de volgende oosters aandoende toonladder re – mi mol – fa kruis – sol – la – si mol – do – re) zorgt ervoor dat de samenklank in maat 17 uiteindelijk als ‘normaal’ ondervonden zal worden. Enkele tips voor een zuivere stemming. Neem de mollen niet te laag en de kruisen niet te hoog. De eerste zin van de sopraan dient daarbij als voorbeeld. De mi mol in de tweede maat mag niet zomaar gezien worden als een ‘verlaagde mi’. Wie dat als uitgangspunt neemt, zal de noot te laag intoneren en degradeert de pittige dissonant do-re-mi mol tot niet meer dan een papje met wat klonters in. Tegengesteld is de fa kruis in maat 3. Zing deze niet tè hoog voor aan de koorleden. Een ‘gesettelde’ grote terts op re straalt meer rust uit dan een geforceerde verhoogde noot. Wanneer je dit motiefje (re – mi mol – fa kruis – re) tegenover het basmotief in maat 7-8 (re – mi mol – sol – re) zet, zullen de zangers ook merken dat de fa kruis eerder een verlaging is van de sol dan een verhoging van de fa. Kort door de bocht kan je dus een principe aannemen van hoge mollen en niet zo hoge kruisen. Tijd nemen om bij sommige akkoorden stil te staan en te corrigeren is uiteraard noodzakelijk.

Maatslag

Het werk staat geschreven in de maat van twee halven. De tempoaanduiding is echter uitgedrukt per vierde noot. Aangezien een tempo van 44 voor een halve noot slagtechnisch zeer moeilijk is - omwille van het duidelijk plaatsen van de geldigheidspunten en het beheersen van een trage terugvering - stel ik voor om dit werk in vier te dirigeren. Zorg er daarbij voor dat iedere tweede en vierde tel zeer soepel zijn en dat de gedachte eerder twee tweeden is dan vier vierden.

Sober

Let bij dit werkje op de eenvoud die misschien wel de twijfel en de angst symboliseert. De componist schrijft voor driestemmig gemengd (basis-)koor. Geen verdubbelingen, geen vreemde maatwisselingen of flamboyante ritmes, en geen dynamische uitspattingen. Sereniteit staat hier centraal. Het minste vermoeden van heroïek of vreugde is hier niet op z’n plaats. Zorg ervoor dat het rustige legatokarakter de goede uitspraak en verstaanbaarheid niet in de weg staan. Wie zich even kan inleven in de tekst en zich verdiept in het verhaal Onvoltooid landschap, is goed op weg naar een ingetogen en doorleefde uitvoering.

Tijd

Neem tijd voor ademhalingen en plaats eindmedeklinkers samen. Als voorbeeld neem ik maat 6. De sopranen plaatsen de t van ‘uit’ later dan verwacht, na de derde tel (samen met de d bij de alten). Op zulke plaatsen las je beter een onderverdeling in waar je de tijd voor neemt. De zangers moeten hier niet metronomisch overheen zingen. Bij de tempoaanduiding bovenaan het werk staat niet voor niets ‘tempo rubato’. 

Reinhard Andries

Deel deze pagina

Reageer op deze partituur

Login of registreer om te kunnen reageren