Listen - zanglijn en piano

Tabs

Aan de slag

Voor de versie met Nederlandstalige stroofjes door Margot De Ley schreef Marleen De Boo een aangepaste Aan de slag voor kinderen.

Omdat Listen een redelijk lang lied is, kan de aanleerfase het beste zoveel mogelijk in dialoog gebeuren. De leerlingen leren telkens kleine onderdelen van het grote geheel zingen en kunnen het dan in dialoog met de leerkracht uitvoeren. Zo kan je het aanleren over verschillende momenten spreiden en krijgen de jonge zangers toch steeds een beeld van het volledige lied.

Bij elk nieuw aanleermoment herhaal je de didactische aanpak van de vorige fases. Dat kan dan sneller gaan omdat de leerlingen het materiaal herkennen, maar je vermijdt op die manier dat er slordigheden in kruipen. Kinderen die het materiaal nog niet helemaal onder de knie hadden tijdens het eerste aanleermoment, krijgen de kans om opnieuw aan te pikken.

Hoeveel fases je per aanleermoment combineert, hangt af van de leeftijd van de kinderen.

Fase 1: maat 47-49

Klap de ritmische cel van maat 47 voor. Oefen het ritme door verschillende slagvlakken te gebruiken. Speel steeds voor en na.

Zet de tekst erop als een toverspreuk, gebruik verschillende karakters en stembuigingen om de tekst in te oefenen.

Zeg het volledige motief van maat 47-49 ritmisch voor en vraag aan de leerlingen wat er bij gekomen is.

Laat de leerlingen het als een spreekkoor uitvoeren. Gebruik wisselende dynamiek, stembuigingen en karakters om het verschillende keren in te oefenen.

Zing het motief voor in het lage octaaf (vertrekken vanaf de lage do) en beweeg de handen alsof je op een ladder klimt telkens als de toon stijgt. De leerlingen doen eerst de bewegingen mee, daarna zingen ze het motief. Ook hier kan je met dynamiek spelen om het verschillende keren in te oefenen.

De leerkracht voegt de slotzin It is all a single breath toe, leerlingen beelden de tekst mee uit: single: 1 vinger, breath: twee handen bewegen weg van de mond als adem die de mond verlaat. Vertaal de zin. Afhankelijk van de leeftijd kan je deze zin eventueel door alle kinderen laten zingen, bij jongere kinderen kan je enkel voor de bewegingen kiezen in deze fase.

Fase 2: Hear it en Feel it

Oefen de stijgende kwart op hear it, doe een beweging erbij als een luisterend oor (hand achter 1 oor). Stijgende kwart op feel it, (twee handen op de borst om het voelen uit te beelden). Oefen vooral de lengte van de hoge do. Speel een spelletje: de leerlingen moeten de noot aanhouden tot het teken van de leerkracht. Wissel daarbij af tussen kort en lang, ook een kind kan de lengte van de noot komen aangeven.

Speel nog een spelletje: de leerlingen reageren op de beweging van hearen feelen voeren het motief uit met het juiste woord. 

De leerkracht zingt het refrein, de leerlingen vullen de twee motieven aan (aangekondigd door de bijpassende beweging van de leerkracht). Ook de Woniyawordt toegevoegd aangekondigd door ladderbeweging van de leerkracht. 

Vraag aan de leerlingen of ze de tekst die de leerkracht zingt hebben begrepen, vertaal indien nodig.

Zing het volledige refrein in dialoog.

Fase 3: strofe, voorstelling en de twee laatste zinnen

De leerkracht zingt de volledige strofe voor. Vooraan in de klas hangt er een prent per zin, de leerlingen plaatsen de prenten in de juiste volgorde. Je zal het lied enkele keren moeten voorzingen totdat de prenten juist hangen. Als de prenten in de juiste volgorde hangen, wordt de strofe nog 1 keer helemaal door de leerkracht voorgezongen, het refrein wordt nu toegevoegd, de leerlingen vullen in dialoog de cellen van het refrein aan die ze reeds kennen.

Voorzie dus afbeeldingen van:

  1. Grote oceanen
  2. Donder en regen
  3. Tranende ogen en koude wind
  4. Houdt me niet tegen: stophandje met streep erdoor
  5. Vliegende vogel
  6. Helderblauw
  7. Wereldbol met ogen
  8. Afbeelding van een kind

Hier kan je ook een moment inlassen om met de kinderen te filosoferen over de betekenis van het lied.

Bij En zo zie ik jou zingt de leerkracht voor en imiteren de leerlingen. Dit zal wat inoefening vragen, laat de leerlingen ontdekken dat de toon op zoen ikdezelfde is, desnoods door zo zie ikte isoleren. Handbewegingen die de melodie uitbeelden kunnen helpen.

Speel een spelletje: ipv jou vul je namen van de kinderen van de klas in. De leerkracht zingt altijd voor, de leerlingen imiteren steeds. Voeg de zin ervoor toe door voor- en nazang: Ik kijk de wereld in de ogen.

Voer het hele lied uit. Let op, de leerkracht zingt maat 22 tot 34 nog alleen, vanaf maat 35 vullen de leerlingen aan met het materiaal dat ze kennen.

Fase 4: de overige zinnen van de eerste strofe

De prenten met tekstuitbeelding hangen in volgorde vooraan in de klas.

Leer verder aan door voor- en nazang per 2 maten. Daarbij kan je volgende werkvormen gebruiken: 

  1. De leerkracht zingt het begin van elke zin, de leerlingen vullen het laatste woord (of woorden) telkens aan.
  2. Draai sommige prenten om, de leerlingen zingen alleen de zin waarvan de prent zichtbaar is, de andere zinnen worden door de leerkracht gezongen. Of laat de andere zinnen inwendig zingen. Begin met slechts 1 prent. Je kan voor de start van het lied eventueel even de specifieke zin herhalen.

Zing het lied helemaal, voeg het refrein toe, en de leerlingen zingen de motieven die ze kennen.

De leerkracht kondigt altijd aan met de juiste bewegingen.

Fase 5: de overige zinnetjes van het refrein

Ondertussen hebben de kinderen deze melodie al zo vaak gehoord dat het aanleren relatief vlot kan gaan.

Begin met het uitspreken en vertalen van de Engelse tekst. Gebruik daarbij de bewegingen van de eerste fase voor hear iten feel it. Voeg bewegingen toe voorairen riversAir: de handen en vingers bewegen van links naar rechts, rivers: als een slang met twee handen vooruit kronkelen.

Je kan wisselzang gebruiken om de melodie in te oefenen: leerlingen en leerkracht zingen om beurten twee noten. Aanvankelijk laat je de leerlingen starten, dan zingen zij: listenairhear iten listenriversfeel it. Je kan de klas in twee groepen verdelen en laten afwisselen. Je kan enkele kinderen apart laten afwisselen met de grote groep,....

Doordat de leerkracht altijd anticipeert met de juiste beweging, weten de leerlingen welke tekst ze moeten zingen.

Voer het hele lied uit.

Fase 6: Body percussion (optioneel)

Je kan deze fase ook ergens tussen de vorige 5 fases voegen.

Gebruik hiervoor een tekst die je eerst kan rappen in het juiste ritme. Bij het rappen kan je eventueel een ritmische beat toevoegen (stappen, op de benen tikken of ptks,....

Bijvoorbeeld:

  • Samen zingen met je vrienden. (variatie: samen rappen)
  • Kom doe maar mee, it is cool, yeah.

Je start met de eerste 4 lettergrepen van beide zinnetjes zodat de kinderen de verschillende ritmes goed kunnen onderscheiden en juist uitvoeren. Dit is in de body percussion tot aan de knip.

Werk in 2 of 3 groepen. Een groep geeft een voortdurende beat, een andere groep rapt de eerste zin (1ste 4 lettergrepen), de derde groep rapt daarna de 2de zin (1ste 4 lettergrepen). Wissel de groepen af zodat alle kinderen de drie rollen gespeeld hebben. Je kan ook 2 solisten vragen terwijl de rest van de groep de beat speelt.

Als de leerlingen het ritme juist kunnen spreken, voeg je de body percussion toe: 1 stap met de voet, beide handen na elkaar op de borst slaan, 1 knip met 1 hand. Let op dat ze de ritmes van beide zinnetjes niet verwarren. Na een tijdje kan je vragen om de tekst enkel inwendig te denken of te lippen terwijl ze de body percussion spelen.

Dit zal wel wat oefentijd vragen. Afhankelijk van de leeftijd kan je de body percussion nu combineren met het refrein van het lied, een deel van de klas zingt, ander deel doet de body percussion.

Als dit lukt, kan je het tweede deel van de tweede zin toevoegen. Daarna ook het tweede deel van het eerste zinnetje. Met dezelfde werkwijze als hierboven.

 

Veel plezier!

 

Deel deze pagina

Reageer op deze partituur

Login of registreer om te kunnen reageren