Een leuk idee

Tabs

Aan de slag

Een nieuwe kinderkoorpagina van Thomas De Baets (°1982). Beluister het lied hierboven via Musescore. Let wel op: niet alle herhalingen worden gespeeld.

Jan Wouters

Zoals bij vele van zijn werkjes kiest Thomas voor een tekst van de Vlaamse jeugdauteur Jan Wouters (°1961). Op de vraag waarom, is het antwoord eenvoudig: ‘omdat Jan echt in functie van een lied schrijft, met een duidelijke versvoet. Ik moet de cadans en de muziek die er al inzit enkel uithalen’… Met enkel de tip ‘wat zou ik doen als ik minister was’ zette Thomas Jan aan het werk. Het resultaat van deze op elkaar ingespeelde tandem is een fris en in de oren naklinkend lied dat zingbaar is door kinderkoren, leerlingen van de academie en de basisschool.

Ademen

Een leuk idee heeft een traditionele structuur: voorspel, refrein, 4 strofen en een uitloper na het laatste refrein. Start je repetitie of les zonder inleiding, maar zing het refrein. Het is een mooie opener om kinderen te laten fantaseren over wat zij zouden doen als ze minister waren en zaken konden bedenken, verbeteren, veranderen,… De swingende melodie van het refrein wordt aangebracht door het voorspel van de piano. De kinderen zullen het zonder problemen overnemen en de syncopes lopen als vanzelf. In het refrein staat geen enkele rust en uitzingen tot het einde is niet echt realiseerbaar. Ondanks de komma’s in de tekst volgen de muzikale celletjes in de maten 5 tot en met 7 elkaar te snel op zodat je dit beter in één geheel zingt. Het is aan te raden om pas te ademen na de eerste tel in maat 8. Niet alleen omdat je dan de samenhang tussen de tekst ‘minister’ en ‘grote baas’ behoudt, maar ook omdat je met die nieuwe adem de volgende septiemsprong beter voorbereid kan zingen. Neem hier even extra tijd voor.

Bodypercussion

In de strofen volgt de tekst een vast rijmschema. Van maat 11 tot en met de 1ste tel van maat 15 heb je een eerste deel in aba-rijm. Vanaf de 2de tel van maat 15 tot en met maat 18 volgt het 2de deel in een cc-rijm. Het is belangrijk om de tekst per deel door te nemen zodat de zangers alle stukjes als geheel blijven zien. Dat vergemakkelijkt ook het uit het geheugen leren. Zijn er geen rusten in het refrein, dan duiken ze wel in verschillende duur op in de strofen. Het opvullen van die ‘dode momenten’ door tekst, beweging of bodypercussie is een doeltreffende methode om tijdens het leerproces de zangers een houvast te geven. En wat variatie daarin maakt het leuk. Zo kan je in de leegte tussen de maten 12 en 13 de voorgaande tekst zacht in echo herhalen. In 14 en 15 doe je een vingerknip op de achtste rust en in maat 16 klap je 3 maal, respectievelijk op tellen 2, 3 en 4. Doe hetzelfde in maat 18 bij de overgang naar het refrein. Je kan natuurlijk ook je voeten, borstkas of dijen aan wat slagtechniek onderwerpen. Of wie weet heb je wel een koorlid dat met een leuke tss-beatbox beat de overbruggingen maakt.

Intonatief eenvoudig

Intonatief gezien is de strofe eenvoudig in een voor iedereen zingbare tessituur. De drie identieke cellen in maten 11 tot en met 15 onderstrepen nog eens de tekstuele samenhang. Het tweede deel contrasteert door de hoger liggende tessituur, de meerstemmigheid en het brede einde. Voor het eerst in dit lied wordt een volledige maat (18) met kwartnoten als ritmisch materiaal gebruikt. Het zet het einde van elke strofe in de verf, een samenvatting van de ideeflarden die eraan vooraf gegaan zijn. Als vanzelf ga je dat idee legato en in crescendo zingen.

Na de laatste strofe volgt nog éénmaal het refrein, met een uitloper in een coda. In de maten 20 en 21 verlengt Thomas bewust het woord ‘idee’ op tonica en dominant en trekt daarmee de aandacht van het publiek. Om dan verrassend kort en in decrescendo af te sluiten. Gegarandeerd zal de boodschap overgekomen zijn en het refrein zal nog lang naklinken in vele oren!

Deel deze pagina

Reageer op deze partituur

Login of registreer om te kunnen reageren

Reacties