A Lullaby

Tabs

Aan de slag

Sfeervol wiegenliedje

A Lullaby van Alain Craens is een eenvoudig maar sfeervol wiegenliedje met twee strofen, waarin dezelfde melodie op twee manieren bewerkt wordt. De zetting is voor sopraan, alt en mannenstem en daardoor veelal bruikbaar voor ieder koor. De toonaard, sol klein antiek, dus zonder verhoogde zevende graad, biedt de nodige melancholie. De dromerige sfeer die het lied uitademt, contrasteert met de pianobegeleiding, wat de aantrekkelijkheid van het lied verhoogt. In die begeleiding schuilt ook de echte moeilijkheid van dit lied; de afwisseling tussen twee achtsten en triolen van achtsten beurtelings in beide handen maakt het de pianist niet gemakkelijk. De begeleiding is op enkele noten na identiek voor de twee strofen (vergelijk maat 5-6 met maat 14-15, maat 8 met 17 en maat 11 en volgende met maat 20 tot het einde). Naast vertrouwdheid door de quasi identieke begeleiding is er ook verscheidenheid door de verschillende zetting. Als we die zetting even van dichterbij bekijken dan valt het meteen op dat er tot maat 8 (en tot maat 17 voor de 2de strofe), steeds kleine tertsakkoorden gebruikt worden, gebouwd op de 1ste en 2de graad (sol-la). Verrassend is dan ook de plotse open klank in maat 9, derde en vierde tel, met het grote tertsakkoord van fa. (in de 2de strofe herkennen we datzelfde in maat 18, derde en vierde tel). De concluderende tekst so go to sleep wordt er door benadrukt.

Instuderen

Voor het instuderen van dit wiegenliedje kan je het beste eerst het hele koor samen de melodie laten zingen. Niet alleen is het goed dat alle zangers de melodie kennen, maar het geeft ook de gelegenheid om het noodzakelijke legato en de vereiste spankracht van de zinnen te oefenen. Besteed tevens aandacht aan de woordexpressie, vermijd (of maak) woordbindingen waar nodig, oefen de klankkleur van de taal, wijs de koorleden op de structuur van de harmonie (zie hoger) en laat hen die ook gewaar worden. Laten we even dieper ingaan op de eerste strofe.

➢ In maat 3 Sleep oh: Zorg ervoor dat je geen woordbinding maakt.

➢ Op …oh sleep: Let erop dat je een korte sl en een lange ie-klank zingt; plaats de eindmedeklinker p op de rust en ga onmiddellijk verder met Oh little child

Oh little child…: Zing dit in één strakke boog met zorgvuldige ritmiek op time to (vierde gepunt en achtste noot).

➢ Leg het laatste woord van dit zinsdeeltje neer als een zinseinde. De eerste (zware) tel van de maat en de stijgende kwintsprong (sol-re) zijn hier slechte raadgevers.

➢ Het volgende zinnetje krijgt door de kortere notenwaarden en de homofone schrijfwijze iets meer beweging. Maak geen woordbinding op moon appears.

➢ Zing dan, met een hernieuwde inzet, de conclusie van het vers So go to sleep and go to dream. Scheid dit zinsdeel van het voorgaande door een cesuur te maken in alt en mannenstem na appears. Bij de sopraan wordt dit aangegeven door de vierde rust op de eerste tel.

➢ Maak ook hier korte beginmedeklinkers en lange klinkers op sleep en dream. Voeg nu de alt- en de mannenstem toe. Let daarbij op volgende aandachtspunten:

➢ In maat 4 spreekt de alt de p van sleep uit op de tweede helft van de tweede tel. De mannenstem maakt de binding met child en waakt erover om dit woord precies gelijk met de sopraan uit te spreken.

➢ In maat 6 moet de sopraan de slotmedeklinker van sleep op de tweede helft van de tweede tel (dus vroeger dan normaal) plaatsen om gelijk te vallen met de mannenstem. De alt plaatst de p op de eerste tel. Alt- en mannenstem dienen een duidelijke cesuur na sleep te maken om Oh in te zetten zonder glottisslag.

➢ Zet in maat 8, zoals reeds gezegd, So go… los van het voorafgaande appears en zet opnieuw in. Op de derde tel komt dan het verrassende grote tertsakkoord waarvan hoger reeds sprake.

In de tweede strofe kan je alle hierboven aangehaalde tips en bemerkingen zonder probleem ook toepassen.

Urbain Van Asch

Deel deze pagina

Reageer op deze partituur

Login of registreer om te kunnen reageren