Will there really be a morning?

Tabs

Aan de slag

Met Will There Really Be A Morning? heeft Thomas Geudens een mooie, goed-klinkende compositie voor gemengd koor geschreven die eenvoudig klinkt maar wel enig werk vereist. Toch is dit werk zeker goed doenbaar voor een doorsnee basiskoor.

Song

De hoofdmelodie van het werk manifesteert zich voor de eerste keer vanaf maat 7 in de sopraanstem. Als je die doorzingt en er de mooie pianobegeleiding onder plaatst, waan je je meteen even in West End, Londen. Die streek staat bekend om zijn mooie musicalproducties en de melodie van dit werk zou zó uit een van die musicals kunnen komen. Het zou haast een meezinger kunnen zijn! Ondanks de af en toe wat verrassende wendingen en gekke sprongen, blijft het geheel in deze sfeer: eenvoudig klinkende muziek die ook van de luisteraar niet meteen de grootste inspanning vraagt.

Sfeervol

Geudens schreef een zeer sfeervol werk. Ook het tweede deel, vanaf maat 38, sluit perfect aan bij de vorm die we gewend zijn van een musicallied. Dit stukje contrasteert met het eerste, is even iets totaal anders, maar wordt dan wel weer opgevolgd door het vertrouwde begindeel. In dit tweede deel zal het even zoeken naar een stevig harmonisch gevoel binnen het koor; door de vele wijzigingstekens kunnen de koorleden even het gevoel van tonaliteit en richting kwijt zijn maar als de koorleider voldoende tijd uittrekt in de repetitie, kan ieder koorlid ook dit deel goed onder de knie (of beter: in het oor) krijgen. Deze passage vol wijzigingstekens en modulaties is echter niet de enige uitdaging in het werk.

Uitdagingen

Ondanks de eenvoudig-klinkende melodie en het haast musical-achtige karakter van het lied, zitten er toch enkele verraderlijke plaatsen in de compositie, die even meer aandacht en een goede voorbereiding vragen. Ik licht er enkele uit. Het is -niet alleen in dit werk- belangrijk dat een koorleider zelf alle vier de stemmen van het lied op voorhand zingt. Op die manier kan iedere dirigent zelf ontdekken waar de moeilijke plaatsen in de melodieën zitten. Als ik even de sopraanstem als voorbeeld neem, kom ik zo meteen al op enkele moeilijkere sprongen in de melodie:

• De sprong in maat 12 en tussen maten 12 en 13

• De sprongen in maten 15, 16 en 17

• De sprongen in maten 24, 25 en 26

•...

Ook in de andere stemmen vind je dergelijke sprongen. Oefen die goed met het koor, neem er je tijd voor! Het kan ook soms lonen om van achter naar voor te werken: op deze (laatste) noot moet je uitkomen, vanuit die bepaalde (voorlaatste) noot.

Neuriënd naar huis

Op gebied van samenklanken zijn er ook verschillende plekken die meer aandacht vragen dan andere om de intonatie goed zuiver te krijgen. Ik vernoemde eerder reeds de passage van maat 46 tot en met maat 53, maar er zijn daarnaast nog verschillende andere plekken die de koordirigent op voorhand goed moet bestuderen en waar genoeg tijd voor moet zijn tijdens de repetitie, ik denk bijvoorbeeld aan het akkoord op de derde en vierde tel van maat 16. Bouw dit akkoord even stem per stem op, of laat bijvoorbeeld de sopranen en tenoren maten 15 en 16 zingen zonder de andere stemmen. Wanneer er voldoende tijd kan vrijgemaakt worden om de lastige plaatsen uit te lichten en te repeteren, dan zal dit werkje een fijne aanwinst zijn voor je koorrepertoire. Wedden dat je koorleden al neuriënd naar huis gaan na de repetitie?

Deel deze pagina

Reageer op deze partituur

Login of registreer om te kunnen reageren

Reacties

afbeelding van Nadine Bratman
Wanneer is dit gecomponeerd ?