Jezus, uw naam is honig

Tabs

Aan de slag

Jezus, uw naam is honig is een lied uit de cantate Anima Christi, geschreven voor de 500ste verjaardag van Ignatius van Loyola en de 450ste verjaardag van de jezuïetenorde. De oorspronkelijke partituur bevat een instrumentale begeleiding met sobere accenten en tussenspelen. A capella werkt het lied ook goed, eventueel in een liturgische context.

Vier strofen

Het lied bestaat uit vier vierregelige strofen. Strofe één, twee en drie tekenen Jezus respectievelijk als bron van hoop, haard van vuur en Heiland, redder van de mensen. De vierde strofe is een smeekbede aan Jezus, de Heer, om de mens bij de hand te nemen doorheen  de dreigingen in de wereld. Voor deze strofe schreef Vic Nees een expressievere zetting, vanwege de woorden bedreigt en strompelen verschrikt.

Jamben

Het lied opent in een F akkoord en ontwikkelt zeer homofoon en welluidend op voorwaarde dat het koor streeft naar een ruime klankvorming. De melodie kiest ervoor het metrum van de tekst te volgen eerder dan een vloeiende frasering. Dan vallen de vele maatwisselingen op, maar nog merkwaardiger is dat telkens de eerste drie verzen van de strofe tweemaal het metrum van de naam Ignatius, of twee jamben na elkaar bevatten. (kort-lang kort-lang  en verder onbeklemtoond-beklemtoond onbeklemtoond beklemtoond.) De melodie heeft zich daar zorgvuldig op geënt.

Jezus °uw ‘naam °is ‘honig °in ‘on°ze ‘mond

Zege°nend ‘lied °dat ‘door on°ze ‘zie°len ‘ruist,

Lust van °het ‘hart °en ‘leven°de ‘bron °van ‘hoop

Stralende morgen.

Als je die accenten al zingend wat oplicht, krijgt dit lied zijn bijzonder effect en toon je aan hoe Vic Nees een meester is in woord-toon verhouding, in de wijze waarin hij tekst en muziek verbindt.

Laat iedereen de melodie enkele keren doorzingen om dat effect te ervaren en zich ervan te overtuigen hoe interessant het is sterk naar de tekst toe te zingen, zodat het vierde vers volop kan stralen. (Stralende morgen)

Fraaie melodie voor iedere stem

In de aparte stemmen vraagt de basstem een grote lenigheid om de sprongen juist te intoneren. Pas de do-kruis in maat 5 goed in, net als die van de alt. In maat 11 vraagt de chromatiek aandacht van de alt. Dat elke stem een goed zingbare en fraaie melodie heeft, maakt het lied voor koren aantrekkelijk.

In de vierde strofe krijgt het woord bedreigt een dissonant akkoord door de re-mol, waarmee de tenor de dreiging goed kan doen uitkomen. Ook het verspringende metrum in strompelen wij verschrikt verder beeldt de componist handig uit en daardoor vergroot even de spankracht van de strofe. Deze ingreep vormt een opstap naar een nieuwe harmonie in de laatste vier maten, waarin alt en tenor een tegenbeweging maken en via een zorgvuldig uit te voeren nieuwe chromatiek naar de weelde van een stralende morgen toe zingen.

Deel deze pagina

Reageer op deze partituur

Login of registreer om te kunnen reageren