Repleatur os meum

Tabs

Aan de slag

Vic Nees heeft deze korte lofzang uit het introitus van Pinksteren gecomponeerd als verplicht werk voor kinderkoren of kleine jeugdkoren op het Europees Muziekfestival voor de Jeugd te Neerpelt. In 1969. Blij zijn om lof te kunnen zingen, die gedachte heeft de componist optimaal uitgedrukt in dit frisse, tweestemmige werkje.

Inhaalspelletje met kwintsprongen

Het lied lijkt zich rustig op gang te trekken via een inhaalspelletje, met enkele verraderlijke kwintsprongen. Studeer ze zuiver in. En al gauw vraagt het beheersing in de snedige passage met herhalingen van os meum en laude tua die uitlopen op een vertragend en kort melisme. De herhaalde woorden vragen telkens een hogere intensiteit. Hou rekening met de komma’s in de tekst zodat de eind-m van meum niet gebonden klinkt met os. Goed opletten bovendien dat de octaven op het einde gaaf klinken.

Intense tekstverklanking

De intensiviteit verhoogt in het middendeel. Ut possim cantare, opdat ik kon zingen, zegt de tekst en hier toont Vic Nees zich weer een meester in tekstuitbeelding. Via een aarzelende aanzet – zou hij het wel kunnen? – groeit de zin na enkele schuchtere pogingen naar een feestelijk melisme wanneer de twee stemmen mekaar synchroon vinden op het woord cantare. Daarna gaat het spel even verder, even nagenieten. Hou het snedig tot de abrupte piano voor het woord alleluia. Zorg ervoor dat de eind-a niet te kort wordt gezongen, niet weggegooid wordt. Hier lopen de stemmen elkaar na één tel achterna en trekken zich geleidelijk op naar een dubbbele forte op gaudebunt. De vreugde ten top. Laat dan de lange noten op gaudebunt galmen als een feestelijk klokkenspel. Dan volgt nog het onderwerp van gaudebunt: labia mea: Mijn lippen als een beeld voor de zingende mond, of zelfs van de uitstraling van het zingende kind. Zing dit uiterst zacht, met veel stemsteun en een schrijnende dissonant in de voorlaatste noot.

Re-expositie

Zoals in grote composities start Vic Nees dan een re-expositie. Opnieuw de inhaalrace van het begin, die pas gelijkloopt op het woord gaudebunt, in tweestemmigheid. Het toont hoe welluidend zulke sobere akkoorden wel kunnen zijn. Het allargando van de slotmaten vraagt behoedzaam samen te blijven op de weg naar de klankrijke slotnoten, waar de componist nog verrast met een driestemmig akkoord.

Repleatur os meum is een koorlied waaraan zowel het koor als het publiek veel deugd kan beleven.

Deel deze pagina

Reageer op deze partituur

Login of registreer om te kunnen reageren