Peter Benoit

1834
1901

Biografie

Leven

Peter Benoit werd op 17 augustus 1834 geboren te Harelbeke, waar zijn vader Petrus Benoit reeds werkzaam was in de lokale harmonie, het kerkkoor en het kerkorkest. Zijn eerste muzikale opleiding kreeg Benoit dan ook van zijn vader en in het koor van de Harelbeekse Sint-Salvatorkerk, waarna hij van 1847-1851 piano en orgel studeerde bij pianist-organist Pieter Carlier.

Die laatste trok met Benoit naar Brussel in 1849 om zijn student en zijn composities daar voor te stellen aan de vermaarde François-Joseph Fétis, tevens toenmalig directeur van het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Twee jaar later vatte Benoit er zijn hogere muziekstudies aan en volgde hij bij Fétis contrapunt, fuga en compositie naast zijn studies piano bij Jean-Baptiste Michelot en harmonie bij Charles Bosselet. Hij studeerde af in 1854 en verbleef nog een aantal jaren in Brussel om zich voor te bereiden voor de tweejaarlijkse nationale prijs Prix de Rome, die hij in 1857 won met zijn cantate Le meurtre d’Abel. Door die prijs kon hij een studiereis ondernemen naar Duitsland om zich te vervolmaken in de belangrijkste muziekcentra van de negentiende eeuw, zoals Leipzig, Dresden, Berlijn en München. Mede dankzij dezelfde studiebeurs vestigde hij zich tussen 1859 tot 1863 in Parijs, waar hij dirigent werd van het beroemde operettegezelschap 'Les Bouffes Parisiens' van Jacques Offenbach.

Componist

Tijdens Benoits periode in Parijs werd hij, voornamelijk dankzij de pianocyclus Contes et Ballades (1861) vooral opgemerkt als een componist die intimistische muziek componeerde. Bovendien werd Benoit er in de muziekkritiek positief beschreven wegens zijn aandacht voor de Vlaamse volkse tradities die hij op een innovatieve manier in zijn pianostukken verwerkte. Dat beginnend muzieknationalisme kreeg een vaste vorm bij Benoits terugkeer naar België in 1863, meer bepaald dankzij zijn oratoria Lucifer (1866) en De Schelde (1869), waarin Benoit de volkstaal verheft tot de taal van zijn composities. Andere werken waarin de Nederlandse taal en de Vlaamse volksaard centraal staan, zijn cantates waarin hij nationaalhistorische helden eert zoals de Rubenscantate (1877), de Van Rijswijckcantate en de Ledeganckcantate, maar ook muziekdrama’s zoals De pacificatie van Gent (1876).

Benoits Vlaamse oratoria en muziekdrama's kennen eenvoudige maar meeslepende melodieën, dramatische effecten, overwegend homofone koren, veel unisono's, massale bezettingen en kleurrijke orkestraties.

https://www.svm.be/content/benoit-peter

Vlaamse muziekcultuur

Uit Benoits werk spreekt vanaf de late jaren zestig dan ook een hevige promotie van een eigen Vlaamse muziekcultuur, waardoor hij tot één van de belangrijkste pleitbezorgers van de negentiende-eeuwse Vlaamse Beweging mag gerekend worden. Vanaf 1867, toen hij werd aangesteld als de directeur van de Antwerpse Muziekschool, kon hij deze Vlaams nationalistische idealen ook in de praktijk omzetten. Als enige voorwaarde voor zijn aanstelling stelde hij namelijk voor om van de Antwerpse Muziekschool een volledig Vlaamse Muziekschool te maken, waarin Nederlandstalig muziekonderwijs werd gedoceerd. Daarover liet hij zich ook uit in geëngageerde geschriften.

Vergeten zij ten anderen niet, dat zelfstandigheid, die hoofdvereischte voor elken waren kunstenaar, slechts ééne bron heeft, namelijk, de ontwikkeling van den eigen aard, en dat eigen kunst nooit kan bestaan dan door eigen taal. (Peter Benoit)

In 1898 lukte het hem om de Antwerpse Vlaamsche Muziekschool te verheffen tot het Koninklijk Vlaams Conservatorium Antwerpen, waarvan hij tevens de eerste directeur werd en dat de eerste hogere onderwijsinstelling werd waarin muziek in het Nederlands werd gedoceerd. Verder stond Benoit ook aan het hoofd van het Nederlands Lyrisch toneel, dat vandaag de dag bekend staat als de Vlaamse Opera (OperaBallet Vlaanderen). 

Composities

Werken voor koren a capella

  • 1864: Mozes op den Sinaï. Tweekorig mannenkoor
  • 1877: Antwerpen. Driekorig mannenkoor
  • 1879: Het Dietsche Bloed. Gemengd koor
  • 1886: De Maaiers. Twee- en driekorig mannenkoor
  • 1895: Remember. op tekst van dr. Gentil Antheunis. Gemengd koor
  • 18??: Aan de Goede Negen. Mannenkoor
  • 18??: Welkom. Soprano-, alto- en basstemmen

Opera's

  • 1856: Het dorp in ‘t gebergte 
  • 1859: De Elzenkoning 
  • 1876: Charlotte Corday 
  • 1876: De Pacificatie van Gent 
  • 1893: Het meilief 

Oratoria 

  • 1857: Abels moord. Solisten en SSAT
  • 1865: Prometheus. Solisten en SATB
  • 1865: Lucifer. Solisten en SATB
  • 1868: De Schelde. Solisten en variatie van gemengd koor: SATB; SATB SATB; TTBB; TTBB TTBB
  • 1873: De Oorlog. SATB (solokoor), SATB (kleinkoor), SSAATTBB (Hoofdkoor)
  • 1889: De Rijn. Solisten en gevarieerd gemengd koor SATB; TB TB; TB SATB; SSA SATB

Cantates 

  • 1877: Vlaanderen’s Kunstroem/Rubenscantate. SATB, jongenskoor en orkest
  • 1882: Hymne aan de schoonheid. Bariton en gemengd koor, gevarieerd SATB; SATB SATB; SABarB SATB
Fragment uit 'De Schelde', door Werner Van Mechelen en Het Koninklijk Filharmonisch Orkest Van Vlaanderen, o.l.v. Grant Llewellyn.
Deel deze pagina