Krak!

Tabs

Aan de slag

Pluis het uit is een levende puzzel. Aan de hand van een verhaal leren de kinderen personages van allerlei pluimage kennen. Dit lied hoort bij het oogbegaafde uilskuiken, een geniaal vogeltje dat niets liever doet dan aartsmoeilijke vraagstukken oplossen. De tekst van Krak! is een raadsel. Als de kinderen het lied volledig kennen, kunnen ze het raadsel oplossen.

Het lied uitgepluisd

Krak! heeft de structuur van een popliedje. Als dirigent en/of begeleider ben je beter voortdurend op je hoede dat de partituur je niet te grazen neemt. Er staan vier kruisen aan de sleutel en te pas en te onpas duiken er wijzigingstekens op. De feel van het lied is geïnspireerd op Latijns-Amerikaanse muziek, het swingt de pan uit en dat mag benadrukt worden. Opdat de begeleider het bos nog door de bomen zou zien, bestaat de pianopartij soms uit drie notenbalken. De geaccentueerde akkoorden op de bovenste notenbalk worden het beste door de linkerhand gespeeld. Indien nodig kan die derde notenbalk weggelaten worden.

Van klappen over spreken naar zingen

Beeld je het begin van een repetitie in. Probeer de aandacht van de kinderen eens op een andere manier te trekken dan met je stem. Je staat voor het koor en klapt een ritme uit het lied. Je maakt met je ogen duidelijk wat je van het koor verwacht. Een paar kinderen klappen het ritme meteen na, je hebt nog steeds niets gezegd. Je klapt, in de maat, een nieuw segment, meer kinderen vallen in. Binnen de kortste keren doet iedereen mee. Het is een spel, de fragmenten worden moeilijker, het spel uitdagender. Stilaan maakt het koor zich de ritmes van het lied eigen, de moeilijkere passages (bijvoorbeeld: maat 13, de triolen, maat 20, de syncope uit maat 30,...) worden in de verf gezet. Hou de segmenten kort en koppel meteen terug als er ergens iets misloopt. Je corrigeert tot het goed zit. Ook later in het studieproces kan je steeds naar deze oefening teruggrijpen als er een ritme onduidelijk is: van klappen over spreken naar zingen.

Het refrein als inzingoefening

Het refrein is makkelijk aan te leren en een goede inzingoefening, eventueel voorlopig zonder de gesproken 'KRAK’s'. Om de swing in de hand te werken, kan je knippen op de tweede en de vierde tel. Als de hoofdmelodie goed zit, kan de discant erbij. Vooral de polyritmiek uit maat 21 verdient extra aandacht. Om de tweestemmigheid goed in te oefenen kan je de stemmen uitwisselen. Aan de hand van het refrein ontdekken de kinderen dat er een raadsel in de tekst verstopt zit. Eventueel zing je nu zelf de strofes en zingt het koor het refrein. Achteraf vertellen de kinderen welke opdrachten ze in de tekst van de strofes hoorden.

Zonder kleerscheuren tot aan het einde

Wat de melodie van de strofes betreft, kan je op eenzelfde manier te werk gaan als met het ritme. Maak oefeningen met flarden uit de melodie en benadruk vooral de moeilijke passage uit maat 14. Zet het dominantseptiemakkoord in de schijnwerpers door tertsen te bouwen met het koor. Verdeel het koor in vier groepen, een eerste groep is de basis, de tonica. Daarop volgen de grote terts, de kwint en de kleine septiem. Speel verder als dit lukt: andere groepen, nieuwe tonica, zonder voorzingen,... Op deze manier knopen de kinderen het akkoord goed in hun oren. Daarna kan je het spel nog verder drijven en de tekst aan de fragmenten koppelen. Je zingt per twee maten voor en de kinderen zingen na. Dit hoeft overigens niet in de volgorde van de oorspronkelijke tekst. De uitdagende staart van het lied drijft de spanning naar het einde toe op. De twee zanglijnen worstelen met elkaar om uiteindelijk op dezelfde noot te eindigen. Ook hier kan je spelen, deel het koor op in twee groepen. Je zingt niets anders uit maat 50 voor en laat 1 groep nazingen. Zij houden de laatste toon aan waarop jij de andere groep laat invallen met de dissonante dohersteld tegen de si van de eerste groep (maat 51). Zo ga je door tot iedereen op het einde (hopelijk) samen zonder kleerscheuren arriveert. Draai de rollen om en herhaal tot ze de staart onder de knie hebben. De voorlaatste maat is erg hoog, je kan ze eventueel een octaaf lager inoefenen.

En het juiste antwoord is...

Besteed ook zeker aandacht aan de oplossing van de puzzel zodat de oogbegaafde uilskuikentjes van het koor niet op hun honger blijven zitten! Een tip voor de dirigent: er zitten vier getallen verstopt in de tekst... Veel zing- en puzzelplezier! 

Deel deze pagina

Reageer op deze partituur

Login of registreer om te kunnen reageren

Reacties